Dennis en de Prins van Utopia

Dennis en de prins van UtopiaDennis en de Prins van Utopia

Dennis kijkt met zijn grote bruine ogen altijd wat dromerig de wereld in. ’s Avonds kijkt hij het liefst omhoog, naar de hemel. Dennis is namelijk weg, van sterren en planeten. Soms droomt hij ervan. Hij droomt dat hij tussen de sterren vliegt en allerlei avonturen beleeft. En nu lijkt het wel alsof die droom opeens werkelijkheid wordt…

geschikt vanaf 6 jaar.

 

 

 

 

Passage uit het boek

Dennis keek naar beneden. Zijn mond viel haast open van verbazing. Onder zich zag hij een grote stad liggen. Een stad met grote kubusachtige gebouwen. Een gebouw stak ver boven de andere gebouwen uit.

“Dat is het paleis,” zei Merlijn, terwijl hij naar het grote gebouw wees. “Daar moeten we zijn.” Achter Merlijn aan vloog Dennis naar het paleis, waar ze langzaam daalden.

 

Ze waren nog geen vijftig meter boven de grond toen ze van overal kreten hoorden. Het waren Utopen  die verbaasd riepen en in de richting van Dennis en Merlijn wezen. Hier en daar klonken ook klappen van botsingen. Een aantal bijzondere voertuigen botsten op elkaar, doordat er plotseling werd geremd.

Binnen de kortste keren stond er een grote massa naar Dennis te kijken. De meeste Utopen droegen lange kleurige gewaden, maar hun huid was net zo groen als die van Merlijn.

“Lieve hemel,” zei Dennis tegen Merlijn. “Het ziet hier echt groen van de mensen, ik bedoel van de Utopen.” Merlijn Lachte.

“Besef wel,” zei Merlijn, “dat mijn planeetgenoten alleen jou zien. Mij zien en horen ze niet.” Dennis en Merlijn voelden de grond weer onder hun voeten. Ze waren geland. De utopen slaakten kreten van verwondering, maar ook van angst. Dennis stak geruststellend zijn hand op en lachte vriendelijk…